Maak je keuze uit de reizen en doe een reservering.

27 daagse individuele culturele rondreis “de Juwelen van Iran”

met Classic Travel Agency in Schoonhoven

Reisverslag van Marie-José Cools en Sjaak Ramakers
 
Onderstaand reisverslag is geschreven door twee reizigers die een bijzondere rondreis door Iran maakte, van zaterdag 22 april 2017 tot de vroege ochtend van vrijdag 19 mei 2017. In het reisverslag beschrijven zij de plekken die ze hebben bezocht, de mensen die ze hebben ontmoet en de ervaringen die ze hebben opgedaan in het land tijdens hun reis. Dit was een bijzondere reis voor ons reisbureau om samen te stellen, waarbij het culturele aspect belangrijk was en Marie-Jose en Sjaak een gids én privechauffeur hadden voor de reis. Lees hieronder het reisverslag:
 
 
 
Zaterdag 22 april 2017 - begin van de reis

Zaterdag 22 april kom ik met de trein van 06:45 uur om 09:00 uur aan op het Centraal Station Utrecht. De dag ervoor heb ik het Lustrumcongres van Insolad in Keulen bijgewoond.
De koffers staan klaar en om 13:30 uur vertrekken we met de taxi naar Schiphol, uiteraard – zoals gewoonlijk – ruimschoots op tijd.
Op de site van Schiphol wordt aanbevolen ook voor niet-intercontinentale vluchten drie uur van tevoren aanwezig te zijn. De securityfaciliteiten kunnen het niet aan. Wij merken daar echter niets van, komen snel langs de bagageafgifte en nestelen ons in een hoekje van de KLM lounge waar we de komende uren wachten op vertrek. Altijd spannend, de opwinding voor de reis. Hoe zal het zijn? Wat zullen we allemaal zien?
Het vliegtuig vertrekt om 17:40 uur (KL433) en we komen om 01:20 uur aan in Teheran. Omdat Sjaak zijn leesbril tussen de stoel heeft laten vallen en die geheel uit elkaar moet worden gehaald – zonder resultaat helaas – komen we als bijna laatsten uit het vliegtuig. Bij de douane is het een chaos. Mét ons uit Amsterdam is er nog een grote Boeing uit – ik meen – Italië aangekomen en er zijn lange rijen die allemaal een andere kant uit lijken te gaan. Bij herhaling wisselen hele groepen mensen van rij, omdat ze denken dat die sneller gaat of omdat ze vrezen in de verkeerde rij te staan.
Wij besluiten het rustig af te wachten met als gevolg dat we bij de laatste 30 reizigers de bagagehal in komen waar onze koffers dan al geruime tijd op de band voorbij hobbelen.
Alles goed aangekomen? Twee koffers en een statiefzak. Alles is aanwezig.
Ik tref daar ook de dame die de rolstoel van de eerder in de rij onwel geworden Nederlandse vrouw duwde met haar reisleidster en vraag hoe de oude dame eraan toe is. De reisleidster bindt mij op het hart dat ze onmiddellijk met de oude dame naar het ziekenhuis gaan. Ik ben heel benieuwd hoe het met haar afloopt.
Wanneer we als een van de laatsten met onze trolley naar de ontvangsthal gaan, zien we daar Faez die mij hartelijk omhelst. Zij kan nog net voorkomen dat Sjaak haar ook omhelst. Dat is absoluut niet toegestaan. Zij excuseert zich tegenover Sjaak en zegt: ”iedereen kent mij hier op het vliegveld en ik kan mij een dergelijke omhelzing van een man niet veroorloven.
We gaan met een taxi naar hotel Ibis en zijn dolblij dat we ons bed in kunnen duiken. Het is 02:30 uur wanneer wij tussen de lakens in het gloednieuwe Ibis Hotel schuiven en direct in slaap vallen.

Zondag 23 april - Teheran naar Shiraz

Na het ontbijt gaan we met Faez naar de oudste bazar van Teheran in de wijk waar we vorig jaar de Nederlandse ambassade hebben bezocht. Een wijk met veel bomen, glooiende straten en veel oude grote huizen. Het is duidelijk een van de betere buurten van Teheran.
Faez vertelt dat zij hier haar dagelijkse boodschappen doet wanneer zij in Teheran woont. Sjaak herkent de bazar van vorig jaar toen hij het partnerprogramma deed en ik keurig in de collegebanken zat. Ik vergaap me aan alle kruiden, saffraan, groenten, grote schalen met aardbeien en de business in de bazar. Faez wisselt hier (zie foto) € 3.000,00 tegen een koers van 40,6 Rial. Totaal op zak met 121.800.000 Rial zullen we wel een heel eind komen. Tot mijn grote vreugde zal Faez de portemonnee beheren. Ze geeft me wel af en toe het wisselgeld van € 50,00 in Rials terug en een A4tje met een foto van alle beschikbare biljetten met de tegenwaarde erbij. Dat helpt! Die biljetten lijken allemaal op elkaar.
Ondertussen koopt Faez in de bazar van alles voor “onderweg”. O.a. coupons die later blijken tafelkleedjes te worden tijdens onze veelvuldige picknicks en we komen ook langs een ‘fabriek’ waar sesamolie en allerlei noten-pasta’s worden gedraaid. We proeven overal van met kleine plastic lepeltjes en we kopen er sesamolie en pistachenotenpasta.
Om 16:45 uur (vlucht IR232 Iran Air) vertrekken we vanaf vliegveld Mehrabad, gelegen aan de westkant van Teheran, naar Shiraz, waar we om 18:15 uur aankomen. Daar staat chauffeur (Mohammed) Ali op ons te wachten die ons naar het traditionele Forogh Almalek-huis brengt, waar we de komende twee dagen zullen logeren. We bereiken het boutique hotel via een kleine steeg waar mannen met kruiwagens zand lopen te slepen. Het geeft ons direct het gevoel diep in de krochten van Shiraz binnen te dringen en we zijn blij verrast wanneer we op de prachtige binnenplaats van het traditionele huis staan. Onze kamer is piepklein maar comfortabel. We moeten even wennen aan de douche die niet is afgescheiden van wastafel en W.C. waardoor je de hele boel onder spettert maar dit zal, zoals later blijkt, geen uitzondering zijn op deze reis. Het verklaart in ieder geval waarom er in iedere badkamer twee paar nieuwe plastic slippers klaarstaan voor het baden. Hetzelfde geldt voor de W.C.-bril, die in bijna ieder hotel, luxe of niet luxe, los zit, waardoor je heen en weer schuift. Gegeven het feit dat Iraniërs doorgaans gebruik maken van een zit-W.C. à la français prijzen we ons gelukkig dat we in onze hotels een normale europese W.C. aantreffen.
Omdat we tussendoor nog wat boodschappen hebben gedaan voor onderweg en het reizen en de korte nachtrust van gisteren ons heeft vermoeid, zijn we heel blij met het aanbod van een Iraanse gids die op de binnenplaats met een groep engelse toeristen zit te eten. We zijn van harte welkom om aan te schuiven bij de dis. Net wanneer we inspecteren of er iets vegetarisch voor Sjaak bij zit,
staat een van de engelsen op en vertelt dat het een “private dinner” betreft waarbij we niet welkom zijn. We trekken ons uiteraard snel terug en de Iraanse gids weet niet hoe zij zich moet verontschuldigen. Hier clashen twee culturen. Hoewel ik de reactie van de engelsman onaardig vind – men was nagenoeg klaar met eten en er waren nog hele bergen rijst en vlees over – begreep ik best wat hij bedoelde. Voor Iraniërs echter is dit een verschrikkelijke vernedering en een belediging tegelijk. Gasten zijn het allerbelangrijkste wat je hebt en je deelt alles wat je hebt  wanneer een gast op bezoek komt. Wij vinden het allang best en zijn blij met het aanbod van Faez om take away-eten te laten komen van een restaurant een straatje verderop. Het hotel heeft geen restaurant. We eten op ons eigen terrasje rijst, yoghurt en drinken nep-bier. Deze reis geen alcohol. Aan het slot van onze reis zal blijken dat dat laatste gelukkig geen moeite heeft gekost.

Maandag 24 april - Shiraz

We staan niet te laat op en ontbijten op ons eigen balkonnetje. We bezoeken Eram Garden - een van de vier tuinen van het paradijs die in de Koran worden beschreven - waar we rustig rondlopen, af en toe gaan zitten en een kopje koffie drinken. We ontmoeten er een Nederlandse groep, waaronder een Amsterdamse fotograaf die met Koning Aap reist. Hij is jaloers op onze nog aanstaande trip. Voor hem is dit een van de laatste dagen. Vooral het feit dat wij zelf en niet het programma of de buschauffeur bepalen waar er onderweg wordt gestopt, spreekt hem als fotograaf bijzonder aan. 
Op weg naar Narenjestan, wat orangerie betekent, komen we langs een traditionele bakker die op kiezelstenen brood bakt en langs stalletjes met rauwe amandelen en onrijpe druiven. De Vakil Bazar en de tuin van Hafez laten we voor wat ze zijn, omdat we die vorig jaar al uitgebreid hebben bezocht. Onderweg zien we granaatappelbomen in bloei en Faez legt ons uit hoe de groeiwijze ervan is.
 
Dinsdag 25 april - op weg naar de nomaden

Hoewel het de bedoeling is dat we in de ochtend de Vakil Bazar bezoeken, besluiten we ons te laten verwennen in het buiten het centrum gelegen Chamarn Hotel waar Sjaak zijn hoofdhuid laat masseren en zich laat scheren terwijl Faez en ik een manicure krijgen. In de schoonheidssalon waar je afgezien van manicure, pedicure ook je haar kunt laten doen, lopen de meisjes schaars gekleed en zonder hoofddoek rond. Degene die mijn nagels doet heeft tussen haar borsten een piercing en diverse dames hebben op hun bovenarmen een tattoo. Welk een onvermoede westerse aanblik. Voor mannen is deze salon verboden terrein.
In de middag vertrekken we richting de nomaden, die voor de zomerperiode zijn neergestreken in de buurt van Pasargad, de bakermat van de Perzische beschaving. Een tocht van ongeveer 120 kilometer. Onderweg maken we voor het eerst kennis met de kookkunst van Faez die eindelijk de gelegenheid heeft om alles wat zij voor ons heeft ingekocht ten toon te spreiden. Tot onze verbazing komen achter uit de auto drie complete visstoelen met leuningen, een tafeltje, pannen, potten en ketels. Dozen met kruiden en verse groenten. Er wordt op een plek waar meerdere families aan het picknicken zijn een vuurtje gemaakt en van de buren wordt een gascomfoortje geleend. Er wordt een complete maaltijd geserveerd, voorafgegaan door brood en kaas en tot slot een heerlijke meloen. Vanaf nu zal onze reis bijna iedere dag worden onderbroken door hetzij een stop voor thee met zoetigheid of een watermeloen, honingmeloen of iets anders lekkers. Faez is van alle markten thuis en niets is haar teveel om het ons naar de zin te maken.
Wij logeren bij de Baseri stam en worden hartelijk ontvangen door de familie in traditionele klederdracht. De zoon des huizes heeft van de overheid een vergunning gekregen om op het terrein gasten te ontvangen en de hele familie wordt ingezet. Papa en mama dragen ook hun steentje bij, waarbij eerlijk gezegd het meeste op mama’s schouders neerkomt, die de hele dag in de weer is met eten en drinken en tot slot de waterpijp. We slapen in een zogenaamde zwarte tent die van wol is gemaakt. De nacht is koud en we trekken nog snel een deken over ons heen voordat de haan de dageraad aankondigt. We hebben even moeten wennen aan het huilen van de honden, het roepen van een uil in de verte en de bellen van de schapen die om de nederzetting heen liggen. Alles gebeurt buiten, zowel tanden poetsen als poedelen bij de watertank, eten en drinken en het bij elkaar zitten. We doen alles kalm aan.
 
Woensdag 26 april - bij de nomaden

Na het ontbijt rijden we terug naar een dorpje waar Sjaak een koffieshop heeft gezien. De koffie is er uitstekend. Daarna gaan we met de zoon des huizes naar de Koningsroute tussen Pasargad en Persepolis. Het is een prachtige tocht door de bergen, een smal pad dat vroeger met kamelen en ezels werd bereden en ook onderdeel uitmaakt van de zijdenroute. Na de lunch, die bestaat uit rijst en saus van aubergines, neemt de zoon ons mee naar een gebied waar hij overblijfselen van een stad heeft gevonden, althans dat vermoedt hij. We komen eerst bij een begraafplaats waar stenen in ronde patronen op de grond zijn achtergebleven. Het zijn oude graven die van overheidswege zijn leeggehaald en ontdaan van alle zich daarin bevindende goudstukken en persoonlijke bezittingen die meegaan in een graf. In het terrein waar we de overblijfselen van een stad aantreffen, zien we stenen fundamenten die als een plattegrond in patronen zijn gelegd en die van muren moeten zijn geweest. Ook treffen we een steen met inscriptie. Wij kunnen het zelf niet goed beoordelen op historische waarde, maar het ziet er indrukwekkend uit.
Op de terugweg die we te voet afleggen, hebben we een ontmoeting met een auto waaruit vier keurig geklede mannen springen die onze gastheer kennen. Het zijn overheidsambtenaren die kennelijk iets te maken hebben met toerisme en cultuur. Sjaak neemt de gelegenheid te baat om mooie foto’s te maken en adressen worden uitgewisseld voor het opsturen van afdrukken.
We zijn op tijd thuis om alle schapen binnen te zien komen en lanterfanten een beetje onder de boom. Ook de tweede avond passeert in relatieve rust. Af en toe komt er een familielid op de brommer of met de auto langs om ons te begroeten. De tweede nacht waarbij we direct al een extra deken hebben gepakt, slapen we als rozen met een koude neus boven de dekens en mijn wollen vest om mijn hoofd gewikkeld als bedekking tegen de kou.

2
 
Donderdag 27 april - op weg naar Yazd via Pasargad

We ontbijten als gebruikelijk onder de boom.
 
3
 
Mama deelt het brood uit; er is schapenkaas en honing en we smullen. Vervolgens haalt Sjaak zijn statief en lens tevoorschijn om van de vader, de moeder en van de zoon foto’s te maken die uiteraard na terugkeer straks bij wijze van afdruk zullen worden toegezonden.
 
4
 
Het is duidelijk dat vader, moeder en zoon heel verguld zijn met de plaatjes die Sjaak hen laat zien op de display van zijn camera. Na het uitwisselen van kadootjes die ik uit Nederland heb meegenomen en die in de smaak vallen, sluiten we elkaar in de armen en zeggen vader en moeder ons dat het voelt alsof er van familie afscheid wordt genomen. We hebben een heerlijk en gastvrij verblijf gehad.
 
5
 
Na het ontbijt komt Ali ons halen en gaan we met zijn vieren richting Yazd. Onderweg stoppen we bij Pasargad waar het Perzische Rijk is begonnen. Daar bezoeken we het graf van Cyrus de Grote, koning van de Achaemeniden, dat op een platform staat en dateert van 529 v Chr. Pasargad werd eerst in 1949 – 1954 en later in 1960 uitgegraven en het gebied staat sinds 2004 op de UNESCO lijst van wereld erfgoed. Afgezien van het graf van Cyrus de Grote zijn overblijfselen te zien van een citadel en van vuuraltaren, in genen dele vergelijkbaar met de schoonheid van Persepolis, maar desondanks heel bijzonder, zeker wanneer je je realiseert dat ook Alexander de Grote hier zijn voetsporen achterliet. Het graf is ontdaan van al zijn schatten, de gouden sarcofaag en versierselen zoals de meeste graven in Perzië. 
Vanaf Pasargad gaat onze tocht verder naar Yazd, zo’n 300 kilometer verderop. We volgen de route 65 en slaan ter hoogte van Surmaq af richting Abarkuh. Daar zijn een 4000 jaar oude cypres en een ijskelder te bezichtigen die we voorbij rijden, omdat we die vorig jaar hebben bezocht. Onderweg stoppen we in Sasan garden voor de lunch. Faez stuurt Sjaak en mij uit wandelen in de omringende boomgaarden met alle vruchten die je je maar kunt bedenken. Intussen zetten zij en Ali alle spullen voor de lunch klaar en wanneer wij terugkeren staat Faez aan een grote barbecuetafel te kokkerellen. Alles wordt uitgestald en we zitten prinsheerlijk aan een van haar zalige gerechten wanneer vanuit het niets een onweersbui aanzwelt, eerst met donderslagen en bliksem en daarna met regen die met bakken uit de lucht komt. We graaien alle spullen bij elkaar en brengen stoelen, etenswaren, borden en glazen in veiligheid. Niet te voorkomen is dat iedere draad op ons lijf kletsnat wordt voordat we alles op het droge hebben gebracht. De temperatuur is nog steeds aangenaam en omdat we van de bui balorig zijn geworden spetteren we elkaar vrolijk nat in een plas. Het maakt nu toch niets meer uit.
Tegen de avond komen we in Yazd aan waar we verblijven in hotel Dad. Heerlijk, drie nachten in een prachtige hotelkamer in een heerlijk hotel. We zijn nu bijna een week onderweg en ik laat in hotel Dad met strikte instructies de was doen: Faez brengt het over in Farsi: alles binnenste buiten wassen op niet meer dan 30 graden en ook binnenste buiten strijken. Alles komt prachtig uit de wasserij terug.

Vrijdag 28 april - Yazd

Van Yazd hebben we hoge verwachtingen waaraan ruimschoots wordt voldaan. De volgende dagen leren we dat dit een van de hoogtepunten van deze reis wordt.
Na het ontbijt gaan we naar Doletabat Garden. De tuin is gebouwd tijdens de Zand dynastie in 1747. Het heeft de hoogste windtoren van Iran van 33,8 meter. Een windvanger of toren is de voorloper van de airco. Onder de toren bevindt zich een ghanat (kanaal), een ondergrondse watertoevoer vanuit de hoger gelegen bergen. De wind komt in de toren en circuleert naar beneden waardoor hij in de kelder in aanraking komt met het water en met de opstijgende lucht verkoeling in het huis brengt. Doletabat Garden is prachtig. We drinken er lekkere koffie en lopen langs de lange rechthoekige vijver. Ook hier bloeien de pomeransbomen en we eten rijpe moerbeien uit de boom.
Hoewel niet in ons programma opgenomen, adviseert Faez ons na het bezoek aan de tuin het watermuseum te bezichtigen, met welke suggestie we heel blij zijn. In het watermuseum staat een maquette/dwarsdoorsnede van het ghanat-principe, compleet met foto’s uit de tijd dat de ondergrondse kanalen werden gegraven. 
Een monnikenwerk dat slechts door één of twee personen tegelijk kon worden verricht. Omdat het werk onder de grond zeer gevaarlijk was, baadden de arbeiders zich voordat zij ‘s ochtends in de mijn afdaalden en waren ze iedere dag gekleed in een schone witte lijkwade, erop voorbereid dat men de avond niet levend halen zou.
De lunch wordt genoten in een voormalig badhuis (Hamam Khan) uit 1797. We eten er traditioneel en uiteraard met rijst en saffraan en voor Sjaak: aubergine. Na de lunch vinden we al slenterend een net geopend  koffieshopje, waar we heerlijk koffie drinken.
We bezoeken de Masjed-e-Jame moskee, uit 1119, gebouwd op de ruïnes van een Sassanidische vuurtempel met de prachtige geometrische tegels in turquoise en blauw. We lopen langs diverse pleinen en straatjes naar hotel Kohan waar we vanaf het dak een prachtig uitzicht hebben over de stad en haar daken waarop aan lange lijnen de schone was te drogen hangt. Het Kohan Hotel ligt vlak bij Alexanders Prison die we vervolgens bezoeken.
Zendan-e Iskandar (Alexanders gevangenis) van wie de Safafidische geschiedenis vertelt dat Alexander de Grote in Yazd een kasteel bouwde. Lokale traditie echter zegt dat hij hier gevangen zat in een kamer onder de grond. De wandeling in de warme straten maakt ons loom en tevreden. We komen langs oude, van adobe (een organisch kleimateriaal met stro versterkt) gemaakte huizen die al meer dan 5000 jaar oud zijn.
 
6
 
 
De grootste verrassing ligt echter nog in het verschiet: de Silent Towers die wij de volgende dag zullen gaan bezoeken.

Zaterdag 29 april - Yazd

Halverwege de ochtend, na het ontbijt en nadat alle toeristen de plek reeds hebben bezocht, komen we aan bij de Silent Towers (dakhmeh).
 
7
 
 
Deze twee - ieder op een heuvel gelegen - torens maken een overweldigende indruk. Het is strak blauw en doodstil. Onderaan de heuvel staan ruïnes van gebouwen, een water cistern en twee windtorens. Langzaam beklimmen we de heuvel en de lange trap die naar de kleinste van de twee torens leidt. Hier brachten de Zoroastriërs hun overledenen om – in overeenstemming met hun wetten en de onschendbaarheid van aarde, vuur, lucht en water – te worden gewassen, gekleed in een schoon maar oud heilig hemd (sudreh) en te worden blootgesteld aan de hitte en de gieren waarna na 48 uren hun overgebleven botten werden verzameld om te worden begraven. 
De taak om de overledene op een kar te binden en naar boven te brengen was voorbehouden aan twee heilige mannen, die het terrein niet mochten verlaten. De familie bleef aan de voet van de heuvel achter om, na 48 uren rouwen en bidden, de botten van de overledene in ontvangst te nemen en te begraven op de ernaast gelegen begraafplaats. Omdat dit ritueel in onbruik is geraakt, mogen bezoekers nu naar boven en de plaats bezoeken waar de doden werden neergelegd.
Voor deze Silent Towers zijn we naar Yazd gekomen en we zijn onder de indruk.
Na de lunch bezoeken we in de straat van ons hotel een Zoroastrische vuurtempel waar het eeuwige heilige vuur brandt dat nooit dooft. Dat het vuur inmiddels in stand wordt gehouden d.m.v. een gasaansluiting neemt wel iets weg van de mythe, maar het gebouw is het bezoek waard.
Die avond staat ons nóg een bijzonder fenomeen te wachten: een bezoek aan Zourkhaneh, het huis van de kracht, waar een klassieke vorm van iraanse gymnastiek en krachttraining wordt beoefend.
 
8
 
De sporters gaan gekleed in geborduurde driekwart broeken en worden begeleid door een trommel en gezang, die hen motiveren om het uiterste uit zichzelf te halen. Er worden oefeningen gedaan op een ronde oefenvloer die dieper gelegen is. Het publiek zit eromheen. Men doet de oefeningen met grote houten knotsen en andere symbolische wapens. Zeer indrukwekkend. We blijven twee rondjes en na afloop mag ik het ook proberen.

Zondag 30 april - op weg naar Isfahan via Mebod en Nain

Helaas is ons verblijf in Yazd ten einde. We vertrekken richting Isfahan en bezoeken onderweg Mebod Fort.
Daar staat het Narein Ghaleh kasteel, een van de oudste kastelen van Iran (ca 2000 jaar). Het is gebouwd van klei en baksteen, is 40 meter hoog en heeft 4 torens. Op het terrein rond het kasteel ontmoeten we een steenbakker die voor de restauratie van de muren op zijn hurken met de hand van klei en een mal stenen maakt die in de zon drogen.
 
9
 
 
Een monikkenwerk.
Sjaak gaat hem een paar schijven watermeloen brengen die Faez buiten op de stoep bij onze bus voor ons schoonmaakt. Dat doet goed in de blakerende zon.
In de nabijgelegen caravanserai waar handwerkslieden hun waren tonen, hebben we een paar hele leuke ontmoetingen.
In het cafeetje waar we thee drinken zien we een maquette van het Fort zoals het er vroeger moet hebben uitgezien. Er is een expositie van oude perzische kleden in een koele lange hal, waar we helemaal achterin een oude vrouw zien weven aan haar getouw.Ze ziet met haar benen in een opening in de grond en heeft het getouw als het ware op haar schoot.
Wanneer we het haar vragen komt ze haar stoffen laten zien, die in een bundel naast haar liggen.
Ze heeft prachtige handen en voeten, met henna  bewerkt.
Het beeld van de oude vrouw in deze lange stille hal, rustig in haar eentje aan het werk, straalt rust uit en we blijven een tijdje bij haar kletsen.
Wanneer we terug buiten komen, heeft Sjaak aanspraak van een kleine jongen, een jaar of 9, die behendig de zware camera van Sjaak om zijn nek heeft hangen en foto’s maakt. Eerst met de groothoek, daarna met de telelens.
Trots laat hij na iedere foto het resultaat in de display zien. Zijn behendigheid en het direct onthouden van de goede knopjes om de foto terug te spelen verbazen ons.
 
10
 
Lachend verlaten we de caravanserai om te vervolgen naar Meybod Morvarid, een aardewerkfabriek waar we een rondleiding krijgen en mannen in een rijtje gezeten op de grond alle borden, kommen en schalen met de hand zien beschilderen.
Na een klim in de plaatselijke duiventoren.(duizenden vakjes waar duiven huisden waarvan de uitwerpselen werden gebruikt als speciemengsel) vervolgen we naar Nain en bezoeken we de Jam-e-moskee waar we de 700 jaar oude houten preekstoel en minaret bewonderen . De oudste delen van deze moskee dateren uit de 8e eeuw waardoor het één van de oudste van Iran is. Opvallend is dat de moskee geen overdekte ruimte en koepel (Iwan) heeft. In het steenwerk zijn prachtige patronen gemaakt. We vervolgen naar het Pirnia house, een koopmanshuis dat is gebouwd in het tijdperk van de Safawieden (Savavids) een dynastie van Koerdische en Azerbedzjaanse herkomst die regeerden in de periode van 1501- 1736. Je komt binnen in een achthoekige  hal waar destijds bezoekers en klanten konden wachten. Het huis heeft mooi schilder en pleisterwerk en een aangename tuin. We werpen nog een korte blik op de resten van het Narin Castle, dat nog niet werd gerestaureerd en gaan verder op weg naar Isfahan waar we einde van de dag arriveren.
We verblijven in het Kianpor house, een prachtige villa met binnenplaats en vijver in het hartje van Isfahan. We hebben een ruime kamer met drie bedden en een aangrenzende kamer met twee bedden. De koelte wordt – afgezien van een airco - bewaard met zware katoenen blindering die buiten voor het raam hangt en die ’s ochtends zorgvuldig wordt neergelaten en is voorzien van kleurige applicaties in patronen van de levensboom en engelen. De oude houten deuren gaan ingenieus op slot met een beugel en ketting. De wanden zijn wit gestukt en alles ademt een kalme sfeer.

Maandag 1 mei - Isfahan
 
We worden gewekt door de kanarie (of is het een nachtegaal?)die ijverig zit te zingen in zijn kooi buiten. Hij heeft er zo te horen veel zin in vandaag.
Op de binnenplaats klatert een fonteintje. De ontbijtruimte is een droom van spiegels en glas. Je krijgt er niet genoeg van de verfijnde geometrische patronen op de muren en het bogenplafond te bewonderen. Het licht valt met vele kleuren naar binnen door het rode/oranje/ groene en blauwe glas van de ramen.
Het ontbijt is simpel, maar heerlijk. Altijd komkommer, tomaten, dadels en olijven op het menu.
Na het ontbijt gaan we de stad in. Eerst een koffie. We treffen een klein koffiebarretje (Mustache Café) waar we veel zullen komen deze twee dagen. Het zit pal naast de werkplaats waar het tapijtknopen wordt gedemonstreerd en kleden uit heel Iran met certificaat van echtheid worden verkocht. Imam, de bedrijfsleider, legt ons alles uit over het proces en welke materialen worden gebruikt. Ondertussen wordt er door vier vrouwen in hoog tempo geknoopt. Het is bijna niet te volgen zo snel dat gaat. Af en toe stoppen hun handen even om op het boven hun hoofd hangende patroon te tellen hoeveel knopen in deze kleur moet worden voortgegaan.
Aan sommige afmetingen wordt twee jaar door twee knoopsters gewerkt.
Nadat wij onszelf ook hebben getrakteerd op een tapijt, dat zonder bezwaar of kosten naar ons toekomstige hotel in Tabriz in het Noorden van Iran wordt gezonden, gaan we naar Naqsh-e Jahanplein, het plein van de wereld, en eten er ijs van sliertjes aardappelmeel. De eromheen liggende  Qaysarryeh bazaar, die dateert uit de 17e eeuw, biedt werkelijk alles wat een mens gebruiken kan in een wirwar van steegjes en binnenpleintjes.
Hier snuiven we de sfeer van Isfahan op die ons vorig jaar zo goed beviel. De stad ademt levendigheid en heeft internationale allure in de zin van bezienswaardigheden en handel. Er zijn zowel Zoroastrische-, Joodse-, Christelijke-, Moslim als Armeense heiligdommen te bezichtigen en die culturele diversiteit is voelbaar in de stad.
Jammer, dat we er zo kort blijven.
Terug bij ons Kianpor house liggen er extra dekbedden op ons bed. Die zijn welkom, want het was best fris de afgelopen nacht.

Dinsdag 2 mei - Isfahan naar Matin Abad
 
Uiteraard wordt er ’s ochtends eerst etenswaar voor onderweg ingeslagen. Watermeloenen, bananen, groenten etc. en we stoppen onderweg om ijs in te slaan voor de koelbox. Faez slaat zelf vakkundig met een hamer blokjes van een groot ijsblok af. Ali staat er geïnteresseerd naar te kijken.
Op weg naar Matin Abad rijden we kilometers door woestijngebied. Ons doel ligt dicht bij Iran’s grootste nationale park en zoutmeer (Dasht-e-Kavir). Een uitgelezen kans voor Sjaak om met zijn 600 mm lens te fotograferen. Hij neemt er uitgebreid de tijd voor en ik assisteer hem met het sjouwen van het statief.
Faez maakt ondertussen iets lekkers klaar en zet thee. In de plaatsjes die we passeren zien we hoe de omheining van landbouwgrond is gemaakt van rieten stokken en leem. 
Tussen de middag stoppen we in Tarq bij het Targhrood meer waar Faez een plekje uitzoekt om te koken. Sjaak en ik verkennen de omgeving. Het is bewolkt en warm. We zien een ruïne van een burcht, een metersdikke boom, die met bakstenen overeind wordt gehouden en een duizenden jaren oude cypres die horizontaal dwars door muren is gegroeid. De plaatselijke kruidenier maakt speciaal voor ons met een grote sleutelbos de tuin open waar die boom ontspringt. Teruggekomen bij onze plek wacht ons een gedekte tafel met heerlijke hapjes en de Dough  waarop ik zo gek ben. In de hapjes heeft Faez een nederlands of Iraans  vlaggetje geprikt.
 
11
 
 
Wat een feestelijk gezicht. De waterketel staat op een takkenvuurtje te stomen. Wat is onze gids toch handig en onmisbaar.
Na het gelijknamige dorpje komen we in het Eco kamp Matin Abad aan.
We worden door een slagboom binnengelaten en rijden langs een geïrrigeerd veld met amandel- en granaatappelbomen. Bij het hoofdgebouw schrikken we even: er staan vier touringcars te dieselen. Gelukkig zijn het vertrekkende bussen, maar het toont wel dat dit Eco kamp in trek is bij toeristen.
Rond het hoofdgebouw, dat iets wegheeft van een langgerekt zandkasteel, met op de eerste verdieping een groot dakterras waar de lakens wapperend in de wind hangen te drogen, staan talloze rijen kaki tenten opgesteld, compleet met airco en elektra. Er zijn ook een-kamer Koomehs (huisjes), gemaakt van stenen en leem met een bolvormig dak dat de beste ventilatie biedt.
Wij hebben een heerlijk grote kamer op de verdieping  in het hoofdgebouw en lopen vanuit onze kamer zo over het dak naar het overdekte terras waar koffie wordt geserveerd en waar wifi is. Er is zelfgemaakt granaatappelsap verkrijgbaar en het uitzicht over de woestijn en de velden met groenten en kruiden is geweldig.
In de eetzaal wacht ons een dinerbuffet waar het voor de vegetariër kiezen is uit brood, komkommers en tomaten. Ook voor de niet vegetariër is het niet geweldig, maar na de overvloedige lunch van Faez deert het ons niet.
You can’t always have it all.

Woensdag 3 mei - Matin Abad

We slapen lekker uit en doen het kalmpjes aan. Ali rijdt ons in de loop van de ochtend naar het plaatsje Matin Abad waar in een van de straatjes een rozenwaterfabriekje is.
We worden er hartelijke ontvangen door een oud echtpaar en de heer des huizes legt ons het hele procedé van de fabricage van rozenwater uit.
In een grote ketel worden rozenbladeren in water gekookt. In het midden van de ketel staat een lege pan. De ketel wordt afgesloten met een deksel, verzwaard met bakstenen. De opstijgende damp condenseert tegen het deksel en druppels condens vallen in de lege pan die na een paar uur trekken gevuld is. Het rozenwater is gereed. Het wordt koel bewaard en in flessen en jerrycans verkocht. Omdat de rozen kort bloeien is deze productie een kwestie van weken. Daarna is het wachten op het volgende jaar.
Tijdens het fabricageproces worden wij in de tuin geposteerd waarop ook het schapenhok en de moestuin uitkomen. Een grote moerbeiboom voorziet ons van haar rijpe vruchten. Onze gastvrouw slaat aan het koken en vader komt af en toe vragen of we het naar onze zin hebben. We lunchen er verrukkelijk in de tuin en kunnen ons maar moeilijk wegrukken van dit vredige tafereel.
Teruggekomen op het eco kamp gaat Sjaak aan de slag met het verwerken van de gemaakte foto’s en loop ik naar de ren met struisvogels.
Kennelijk zitten zij met teveel in de ren want twee exemplaren zijn volledig kaal van achteren en worden bij voortduring door de anderen in hun billen gepikt. Bij een van de twee druppelt bloed uit zijn inmiddels weggepikte staart. Een onaangenaam gezicht.

Donderdag 4 mei - Matin Abad

De volgende ochtend gaan we de woestijn in. De terreinwagen die ons er moet brengen heeft een lekke band en er wordt snel een trekker met laadbak gehaald waar we met enkele anderen inklimmen. Zo hobbelen we een half uur richting de duinen, waar we Faez achterlaten omdat het te zwaar voor haar is. We klimmen naar de hoogste top en zakken hier en daar tot aan onze knieën in het zand. Ik zie dat het hoger gelegen zand zich als gevolg van onze voetstappen in beweging zet en naar ons toe rolt. Ineens kan ik mij voorstellen wat het is wanneer je een lawine in de sneeuw veroorzaakt en ik voel mij plots heel wat minder relaxed.
Het blijkt voorbarig want we halen voorspoedig de top en zien in de verte een groep vóór ons afgezette woestijngangers terug naar het kamp lopen.
Na een verblijf van een uur waarin de lucht betrekt en regen dreigt, zoeken we Faez weer op en worden we weer opgehaald door de trekker.
Onderweg naar het kamp helpt onze chauffeur een vastgelopen personenauto met een hoop familieleden uit het zand (wat doen die mensen hier met zo’n ongeschikte auto?). De vrouwen van het gezelschap hebben  op een heuvel plaatsgenomen en zien het spektakel gelaten aan. Zij hebben voor hetere vuren gestaan, lijkt het.  
Teruggekomen laven we ons aan verse thee met koekjes die een medewerker ons brengt. Later zullen we in hem de zoon van ‘onze’ rozenwaterfabrikant herkennen. We lezen en dutten wat op een groot houten hemelbed voorzien van witte katoenen gordijnen die ons beschermen tegen teveel zonlicht. Hemel op aarde.
Omdat we gisteren in het dorpje een leegstaande wijk met oude huizen hebben gezien, gaan we in de namiddag nog eens kijken wat er te zien is.
 
12
 
Het is er prachtig. Volkomen verlaten en doodstille straatjes met half in elkaar gestorte stenen huizen. Bolvormige daken waarvan delen zijn ingestort, nissen en stegen. Hier en daar wordt een afgesloten hof ervan gebruikt als schaapskooi of koeienstal. 
Door de kieren van vervallen houten deuren zien we rommel liggen. Hier en daar scherven van aardewerk. Wie hebben hier gewoond en waarom is deze hele buurt verlaten? Onze komst is niet onopgemerkt gebleven en wanneer we terug in het bewoonde gedeelte zijn, wordt met name Sjaak aangesproken door jongens die vol bewondering zijn over zijn camera’s. De ene brommer na de andere sluit aan of blijft even staan voor een praatje. Faez en ik krijgen van een knappe, jongen, die helaas hier en daar wat tanden mist, een porseleinen servies te koop aangeboden, dat hij in een kartonnen doos op zijn hoofd draagt. Ondertussen ontmoeten wij een boerin die haar koe gaat melken en een echtpaar dat op de brommer volgeladen met een baal gras gewikkeld in een kleurige doek de beesten gaat voeren.
We worden uitgenodigd om te kijken naar een pasgeboren kalf dat ziek bij zijn moeder ligt en een spuit krijgt van de dierenarts. Buiten hun hof zie ik nog meer levensgrote balen in doek gewikkeld gras liggen. Iedereen schijnt hier een koe te hebben die rond deze tijd gemolken en gevoederd wordt.
We eindigen in een stal met koeien, een jong kalf en jonge geiten die met de fles worden gevoed.
Wanneer het werk is gedaan gaan de buurtbewoners langs de straat voor het huis bij elkaar zitten.
Dat zouden we in NL ook moeten doen in plaats van voor de buis kruipen. Wat een rust.

Vrijdag 5 mei - op weg naar Semnan

We verlaten Matin Abad in de ochtend en rijden via Kashan, Qom en Garmsar naar Semnan.
We doen de vorig jaar reeds bezochte steden Kashan en Qom niet aan hoewel die zeer de moeite waard zijn. Even ten noorden van Kashan bezoeken en lunchen we in Aran en Bidgol waar een kennis van Faez een mooie caravanserai heeft gekocht en gerestaureerd. We krijgen een rondleiding van de eigenaar en zijn onder de indruk van de toewijding en motivatie waarmee hij deze enorme klus heeft geklaard.
Buiten zien we een man met een handzeis het koren maaien en we mogen foto’s ervan maken.
Na de lunch moeten we de sokken erin zetten, want het is nog een enorme ruk naar Semnan. Even de tanden op elkaar, maar er wordt wel om de twee uren gepauzeerd voor thee, meloen of iets zoets.
Het is al laat wanneer we in Semnan aankomen.
Maar we moeten nog even verder, want het hotel ligt in Shahmirzad, 20 km ten noorden van Semnan. We zien dat Semnan een vakantieoord is. Er staan mooie appartementen. Hier gaan de Iraniërs zelf met vakantie.
Ons hotel Darband ligt op een berg. Het is erg fris wanneer wij aankomen. Gelukkig kunnen we nog eten, want het is laat. Het hotel is - op een toeristenechtpaar met gids na - uitgestorven maar na het eten wordt er in de verder doodstille eetzaal opeens muziek gedraaid. Omdat er toch niemand is maak ik een dansje voor Sjaak. Ik heb het de afgelopen week in de auto van Faez geleerd. Veel handbewegingen en af en toe een wulpse schouder naar voren. Er wordt gelachen en het personeel vindt het ook leuk, zij het dat ze te verlegen zijn om mee te doen.
We blijven hier een nachtje want zijn op weg naar Gorgan, de stad waar Faez geboren en getogen is.

Zaterdag 6 mei - op weg naar Gorgan
 
We vertrekken na het ontbijt. Buiten vergapen we ons aan de grillige bergkammen die rond het hotel liggen. De temperatuur is hier in de bergen veel lager dan we tot nu toe gewend zijn. Het is bewolkt en het heeft geregend. Alles is mooi groen.
We zijn net op weg wanneer Faez gebaart te stoppen. Natuurlijk! De inkopen moeten worden gedaan.
Bij een winkel met een heuse berg watermeloenen op de stoep kopen we van alles aan fruit en groenten voor onderweg.
25 kilometer voor Damghan  ter hoogte van Amirabad kan Sjaak de verleiding niet weerstaan om  zijn 600 mm lens weer te hanteren. We stoppen langs de snelweg waar ook een koopman staat met rozijnen, pitten en noten. Uiteraard kopen we zakken vol. Het gaat allemaal op.
We volgen de Gazlakh weg door het Alborz gebergte richting Gorgan en genieten van de vergezichten en de prachtige natuur. Het is weer strakblauw en warm. In de buurt van haar geboortestreek slaan we een klein paadje in op zoek naar een plek voor de picknick. We komen terecht in een bloeiende boomgaard waar de eigenaar ons zijn butagaz leent voor het koken van de rijst met aardappelkorst. Ik weet nu ook hoe dat moet en ga het straks thuis proberen.
De bijbehorende vega-ragout van talloze groenten en pruimen is verrukkelijk.
De prachtige route door de bossen die ons na de lunch  naar Gorgan leidt bezorgt ons een even aangename als bijzondere ervaring: boven aan de bergpas rijden we boven de wolken die als een deken aan onze voeten ligt.
 
13
 
 
Ook hier pauzeren we en Faez giechelt van blijdschap over onze verbazing. Ook Ali weet niet wat hij ziet.
We staan gewoonweg op de wolken die af en aan langs onze voeten drijven.
Wat een spektakel!
Wanneer we rond 17 uur moe aankomen in de buurt van onze bestemming die midden in de oude stad ligt, wordt ons busje in een smalle steeg de doorgang versperd door een geparkeerde auto. Twee jonge mannen die voor onze bus uitlopen gebaren dat we met gemak langs de geparkeerde auto kunnen. Vanuit de bus lijkt dat onwaarschijnlijk, maar Ali geeft zich – zij het met ongeloof – over aan de overtuigingskracht waarmee de heren hem gebaren verder te rijden.
Ali vordert  heel langzaam en houdt zijn spiegels goed in de gaten.
Totdat ….. we volkomen klem zitten tussen de muur links en de geparkeerde auto rechts.
Ik hoor een schurend geluid en Ali trapt op de rem.
Ali begint opgewonden te roepen naar de beide mannen.
Zij proberen de geparkeerde auto op te schuiven door erop te duwen en eraan te trekken. Daar zou ik als eigenaar niet blij mee zijn. Niemand van de omstanders op dit drukke uur van de dag lijkt zich er druk over te maken of het een vreemde gang van zaken te vinden.
Wanneer het allemaal niet lukt  draaien de twee mannen zich om en lopen weg!
Zo gaat dat dus.
En zie er nu maar eens uit te komen.
Door behoedzaam achteruit te gaan en te wachten op de eigenaar, die snel instapt en wegrijdt, worden de bus bevrijd uit zijn benarde situatie. 
Naar deuken en krassen wordt niet gekeken. Kennelijk is deze heilige koe niet zo heilig als in Nederland, want gebutste auto’s zie je in Iran werkelijk overal.
We arriveren bij onze bestemming. Die valt helaas tegen.
Het is ooit een prachtige villa geweest en de eigenaar heeft hem opgeknapt in oude stijl, maar een steile stenen trap zonder leuningen die je af moet voor de badkamer en een boven de binnenplaats  zwevende veranda die je op moet om je kamer te bereiken vinden we eng.
Hier toont zich de flexibiliteit en gastvrijheid van de Iraniërs bij uitstek.
Wanneer Faez uitlegt dat wij dit niet aandurven worden er geen tegenwerpingen gemaakt, maar helpt de eigenaar heel vriendelijk mee met het zoeken naar een ander verblijf.
Kom daarom maar eens in Nederland. Men zou beledigd zijn en het je laten uitzoeken.
Het is al laat wanneer we het hotel bereiken en we slapen als ossen.

Zondag 7 mei - Ziyarat 

Zondag staat Ali na het ontbijt al trouw op ons te wachten voor het hotel in de dan al felle zon. We gaan vandaag naar Ziyarat een 700 jaar oud dorpje in de bergen door bossen omgeven.
We zijn nog niet vertrokken of onze aandacht wordt getrokken door de aanblik van honderden meters lange waslijnen langs de snelweg, waaraan Turkmeense handelaren hun koopwaren uitstallen:  rokken, jurken, broeken en omslagdoeken in traditionele kleuren en patronen dansen in het zuchtje wind dat waait.
Dit moeten we nader bekijken.
We bewonderen alle koopwaar en Ali vraagt mij een rok uit te zoeken voor zijn vrouw. Tussen de lijnen met kleding staan handelaren met enorme bossen knoflook, uien en aardappelen. Kisten vol met tomaten en tuinbonen. 
Onderweg naar Ziyarat stoppen we in een klein plaatsje waar een heel oude begraafplaats moet liggen. Wanneer we die vinden, lijkt het een hedendaagse begraafplaats te zijn, maar wanneer we ernaar vragen wordt al snel met de dorps tamtam een kenner gewaarschuwd die ons meeneemt naar een uithoek van de begraafplaats waar heel oude grafstenen met – voor ons onleesbare – tekens keurig gerangschikt langs een muur staan.
Er wordt ons verteld dat  de stenen dreigden te worden overwoekerd en de graven al lang waren geruimd.
Dit land met zoveel cultuurhistorische schatten heeft geen fondsen om die allemaal te bewaren en te beveiligen.
Wel is duidelijk dat dorpsbewoners zich het lot van deze historische relikwieën aantrekken en er het beste van maken.
Jammer natuurlijk, dat deze grafstenen niet meer op hun oorspronkelijke plek staan, maar ze zijn in ieder geval bewaard gebleven.
Na ons gesprek - waarbij zich inmiddels ook de echtgenote van de kenner heeft gevoegd - valt er niet te peinzen over vertrek zonder thee.
We worden door de man en zijn vrouw naar het huis van zijn moeder gebracht waar we vriendelijk  worden ontvangen, op de veranda een kleed wordt uitgerold waarop we worden uitgenodigd te gaan zitten en het hele servies tevoorschijn wordt gehaald. Alle zoetigheden die in huis zijn en in de diepvries zitten, worden aangesneden en gepresenteerd. We spreken ruim een uur met de gastvrouw en haar schoondochter, of liever gezegd, Faez spreekt met hen en vertaalt onze vragen, terwijl een kleindochter om ons heen voetbalt en kapriolen uithaalt.
Bij het afscheid sta ik stijf van teveel zoetigheid, een mooie ervaring rijker.
We vervolgen naar Ziyarat en stappen nog even uit bij oude ovens, die nog in functie zijn, waarin bakstenen worden gemaakt.
De weg is bosrijk en groen.
In onze bestemming wacht ons een onverwachte aanblik van talloze niet afgebouwde appartementengebouwen, afgewisseld door oude huizen die deels van baksteen, deels van hout en deels van gevlochten riet zijn. De straatjes kronkelen naar boven en overal lijkt het ‘werk in uitvoering’ te zijn.
Het stadje beschikt over warm waterbronnen en is een toeristische trekker onder de Iraanse bevolking. Overal zie je tuinen met dezelfde accommodatie als die we elders aantroffen: een houten vlonder met een perzisch kleed, houten tentpalen ter ondersteuning van de van doek of zeil gemaakte overkapping, waarop het hele gezin kan zitten, hangen of liggen, men een waterpijp rookt en de meegebrachte etenswaren nuttigt.
In de top van het dorp zoeken we ook zo’n plekje uit vanwaar we uitzicht hebben op de moskee en de mensen onder ons horen spetteren in de overdekte bron, mannen en vrouwen gescheiden, uiteraard.
Faez verzorgt de lunch en de uitbater gaat speciaal voor Sjaak coca cola halen.
Het is er rustig en hier en daar spelen een paar kinderen.  Ze hebben onlangs een feestje gevierd want hun voetzolen zijn met henna rood gekleurd.
Hier deel ik voor het eerst deze reis met Faez een waterpijp. De kennismaking duurt kort. Na een paar inhalen - wat een aangename mintlucht geeft in je longen - houd ik het voor gezien. Toch niet meer gewend aan het roken.
Het wordt een luie middag, weliswaar uit de zon, maar snikheet.
We doezelen wat na het eten en amuseren ons.
Terug in Gorgan gaan Faez en ik samen de stad in. We slaan nog wat etenswaren in en snuffelen tussen de mooie gekleurde omslagdoeken. De balen met saffraan en rijst, walnoten en kruiden lachen ons toe en nodigen uit tot kopen. Overal staan platte ronde schalen met een diameter van minstens een meter met mooi opgestapelde aardbeien. Wat wordt hier veel zorg besteed aan de presentatie van de  koopwaar.
Onder een boom staat een kind bij twee dozen levende kuikens in alle kleuren van de regenboog. Ze worden in kleur gespoten, wordt ons verteld. Dat dan weer wel.
We bezoeken de moskee en gaan thee drinken in een prachtig gerestaureerd koopmanshuis met binnentuin waar we rondom winkeltjes vinden met oude ambachten en kunstvoorwerpen. Er wordt metaal geslagen en gehamerd en leer bewerkt.
Er is ook een fotostudio waar je je door drie hippe jonge mensen kunt laten fotograferen in de plaatselijke klederdracht.
Faez vertelt dat zij de eigenaar kent en heeft geholpen met de aankleding van de tuin en de presentatie van wat men te bieden heeft.
’s Avonds eten we heerlijk bij restaurant Geshniz in een buitenwijk van Gorgan. Sjaak wordt aangesproken door twee jonge fotografen die op zijn camera afkomen.
Turkamannen, aldus Faez. We hebben een zeer leuk en langdurig gesprek met hen. Een welbestede avond.

Maandag 8 mei - op weg naar Quamshahr
 
We verlaten Gorgan via het busstation waar Faez een deel van haar overtollige bagage terug naar Teheran stuurt. Het is zonovergoten.
Op ons verzoek stoppen we onderweg bij een oude begraafplaats. Dit keer zijn alle oude graven nog wel in tact dat wil zeggen op de plek waar de mensen begraven liggen. Er is wel van enige overwoekering sprake en de schapen grazen er. Achter een gebedshuisje zitten herders in de schaduw. Hun ezels staan met de voorvoeten aan elkaar gebonden zodat ze weinig bewegingsvrijheid hebben. In onze appels hebben ze wel zin.
Op weg doen we Bandar-e Turkaman aan waar we koffiedrinken en de haven bezoeken die uitgeeft op de Caspische zee. 
In de haven ontmoeten we een kameel die hooghartig in zijn eentje richting stad kuiert. Het touw waarmee hij vastzat achter zich aan.
Een bijzonder beeld. In het drooggevallen deel achter de haven zien we meer kamelen. Ditmaal veilig achter een hek.
Na de lunch bezoeken wij een stoeterij waar we Turkmeense paardjes verwachten, maar europese dravers aantreffen. Wel lief met veulens en zo, dus we blijven er een half uurtje. Het is inmiddels snikheet en paarden en verzorgers doen het rustig aan.
Op doorreis doen we een klein dorpje aan waar een groep jonge vrouwen en meisjes staan te wachten voor de bakker. Ze giechelen wanneer Sjaak vraagt een foto te mogen maken en kijken
ons met grote ogen aan. We kopen brood en vervolgen onze weg langs rijstvelden, die groen afsteken tegen de strakblauwe lucht.
Wanneer we onze weg vervolgen heeft Faez een verrassing in petto.
Haar zus en man hebben in de buurt van Quamshahr een tweede huis in een ommuurde boomgaard vol sinaasappel- en grapefruitbomen. De verbouwing ervan is zojuist gereed gekomen. Maar het is nog niet volledig ingericht.
Het in Quamshahr gereserveerde hotel heeft op verzoek van Faez de complete uitrusting van een hotelkamer naar dat huis overgebracht inclusief badslippers, handdoeken en amenities.
Zo iets is in Europa ondenkbaar.
De komende dagen verblijven we dus in een eigen huis met veel ruimte en privacy.
Het toont niet alleen de vindingrijkheid van onze gids, maar ook de onbegrensde mogelijkheden van Iran waar het welbevinden van een gast heel belangrijk is. Geen moeite is teveel.
En nu maar hopen dat die – met name buitenlandse - gasten dat weten te waarderen. 
Ik voel mij bevoorrecht in dit land.
 
Dinsdag 9 mei - Quamshahr

Voor het ontbijt plukken we onze eigen sinaasappels. De bomen die sinaasappels dragen staan in bloei bovendien en de hele tuin geurt naar oranjebloesem. Wat een rijkdom.
We lezen en luieren en rusten uit.

Woensdag 10 mei - Quamshahr
 
We besluiten een dag eraan vast te plakken en trekken er wel op uit, maar slapen opnieuw een nacht in het huis van de familie van Faez. Dit betekent dat we Ramsar overslaan en donderdag een lange rit naar het westen van de Caspische zee voor de boeg hebben.
Vandaag verkennen we de omgeving en na een rit door de velden gaan we aardbeien, kleine komkommers en courgetten(bloemen) plukken. We vervolgen naar een meer, omzoomd door velden vol  blauwe lisse.
Aan de verrassingen lijkt geen eind te komen.

Donderdag 11 mei - op weg naar Bandar Anzali
 
We vertrekken vroeger dan anders en rijden via Babol, Amol en Nur langs de Caspische zee naar het westen. In Now Shahr lunchen we rond 14:30 uur aan zee met – het wordt een vaste dis -  rijst met saffraan en granaatappelvrucht én – als je geluk hebt - een lekker krokante korst aan de onderkant. Voor Faez en mij spiesen met lamsvlees en yoghurt, voor Sjaak een mengsel met – jawel – aubergines. Onze buikje rond zakken we weg in de kussens en genieten we van het zicht op de zee.
De strandbeleving is van geheel andere aard dan in Europa.
Er zijn geen badgasten en er zwemt niemand in zee. De golfslag is behoorlijk. In de verte zie je grote schepen varen. Er lopen weinig mensen over het grijze zand en de rotsen. Het water is niet toegankelijk want ligt vrij diep, dus ook pootje baden is er niet bij. 
Goed gevoed en gelaafd maken we ons klaar om koers te zetten naar Bandar Anzali.
We worden uitgezwaaid en wanneer Ali de bus het  talud oprijdt, houdt de ober met een bezem de elektriciteitsdraden omhoog, zodat we er niet met het dak tegenaan rijden.
Ter hoogte van Lahijan zien we theeplantages. Een prachtige groene route. We zitten inmiddels in de provincie Gilan.
Wanneer we op weg naar ons hotel door Bandar Anzali rijden vergapen we ons aan de drukte op straat. Gezinnen met kinderwagens slenteren langs de vele winkels, er is volop handel en we zien een aaneenschakeling van kleuren en een bedrijvigheid zoals je bij ons op zaterdag ziet. Het lijkt wel of iedereen buiten is en het een feestdag is.
De laatste loodjes wegen zwaar voor Ali. Hij heeft er een lange dag op zitten wanneer we bij hotel
Sefid Kenar - dat even buiten Bandar Anzali aan het strand ligt - aankomen  Het is er heerlijk rustig en we hebben een ruime kamer met balkon aan de zeezijde. Boffen weer.
We eten een kleinigheid en duiken ons mandje in, maar vlak voordat we het licht uitdoen zie ik nog kans een hotelwaszak vol te proppen met ons wasgoed. Heerlijk, morgenmiddag weer schone was.

Vrijdag 12 mei - Bandar Anzali
 
We besluiten het programma om te gooien en vandaag Bandar Anzali aan te doen, waar we gisteren zo nieuwsgierig van werden.
Het wordt een top-dag, voor mij vanwege de markt met vele vissen, kippen en ander levende have en voor Sjaak, omdat hij hier zoveel folkore voor zijn camera krijgt: “Hier kan zelfs een blinde fotograaf nog prachtfoto’s maken”.
Op reis is een markt voor mij een van de plaatsen waar ik het liefst naar toe ga. Je ziet er altijd dingen die je thuis niet ziet. Hier gapen levensgrote vissenkoppen mij aan. Een man maakt met hamer en beitel een vis schoon. Wat een knaap en wat een karwei. 
Wanneer de buikwand opengaat, gutst het kuit eruit. Oeps, er valt een stuk op de grond. Geen probleem, dat gaat gewoon ook in de plastic zak van de klant die er niet mee kan zitten. Aan de overkant liggen zwemblazen in een vergiet. Nog nooit gezien. Ik wist niet dat je die eten kon. Er zijn stalletjes met verse en gedroogde vis.
Verderop hele kramen met bergen rode en witte knoflook.  Verse, ingemaakte, gedroogde, je kunt niet bedenken wat er allemaal met knoflook kan. In een mand zitten een paar versufte hanen te wachten op een koper. Sjaak wordt bij herhaling door gezinnen gevraagd of hij hen wil fotograferen. We lopen langs kramen met munt, peterselie, dragon en bosui. In een steegje achter de markt gaan we op bezoek bij een bakker. Handkarren met nieuwe aanvoer dadels, rozijnen en abrikozen rijden af en aan.
Bij de bakker mogen we het bakproces van dichtbij bekijken. Dit is weer een geheel nieuwe vorm van bakken. Zagen we in Teheran brood bakken op losse kiezels, hier gaat het deeg door een pers waardoor het een ovale lap wordt. De lap wordt over een bolle houten plank gelegd die met een kaasdoek is overspannen. Aan de achterzijde zit een handgreep.
De oven is gebouwd als een gat in een stenen aanrecht. Onderin brandt het open vuur.
Eenmaal de lap elastisch deeg over de kaasdoek gespreid wordt het hele zaakje – hupsakee - met kracht tegen de ovenwand geduwd waar de lap deeg zowaar blijft plakken. De houten plank wordt snel teruggetrokken. De lappen deeg worden in een hoog tempo tegen de ronde ovenwand geplakt en laten eenvoudig los wanneer ze gaar zijn. Buiten staat een rij gegadigden te wachten op versgebakken exemplaren.
Wij kijken ondertussen geboeid naar het proces. Wanneer we de hele cyclus hebben gevolgd hengelt de bakker met een grote grijns onderuit de oven een rek omhoog. Daarop liggen vissen te roken! De slimmerik. Hij slaat twee vliegen in één klap.
Uiteraard eten we buiten bij een van de eettentjes in de haven. We houden het veilig: brood, tomaten en heel veel schapenkaas. Er is weliswaar buiten geen tafel vrij, maar dat is geen enkel probleem. Er wordt een tafel met stoelen van binnen gehaald en voor de deur van de buurman gezet. Die heeft zijn rolluik al neergelaten dus we storen niemand.
Ondertussen arriveren werklieden die voor het terras een stellage opbouwen voor de poster van een plaatselijke politicus die meedingt naar een positie in het openbare bestuur bij de ophanden zijnde verkiezingen. Daarover later meer.
Het gaat een beetje onhandig tussen de geparkeerde auto’s door, maar uiteindelijk staat de buizenstellage met de poster tegen de gevel en kan de constructie op het oog wel een aardige storm doorstaan.
Wanneer Faez gaat afrekenen (de pin automaat hangt aan de muur), zie ik diverse backgammon dozen staan, een spel dat ik in mijn jeugd veel met mijn vader heb gespeeld. Wij noemden het triktrak. Sweet memories.
De tocht gaat verder naar het centrum van Anzali waar we een paar prachtige negentiende eeuwse panden zien vol ornamenten in de gevel. Een ervan verkeert in mooi vervallen staat. Er groeien varens uit de ramen. De camera van Sjaak maakt overuren.
Op weg naar een restaurant voor een vroeg diner komen we langs een winkel waar zoetigheden worden gemaakt: een notenmengsel in een lapje deeg dat op een butagaz stel wordt gebakken in olie. Ja hoor, we mogen proeven. Vervolgens komen we langs koffiehuizen waar mannen praten, roken en schaken of backgammon spelen. Sjaak vraagt of hij mag fotograferen hetgeen goed is voor hilariteit onder de bezoekers. Er ontstaat discussie wie er allemaal op de foto moet en er wordt veel gelachen en gedebatteerd. Dat is weer goed voor een half uurtje onder de mensen. Het is geen vrouwending, dus ik blijf op gepaste afstand kijken. 
Toch is niet iedereen gecharmeerd van een portret. Enthousiast gemaakt door het feit dat mensen hem om een foto vragen en niemand weigert wanneer hij hen wil fotograferen, kiekt Sjaak een oude kromgegroeide man met een stok en een tasje van de Apple-store in zijn hand die de drukke straat wil oversteken. Een mooi beeld: deze oude man met zo’n hip tasje.
Maar hij reageert furieus en heft zijn stok op om Sjaak een mep te verkopen. Sjaak blijft rustig staan en kijkt hem aan terwijl hij vloekt en tiert. In een paar seconden komen er van alle kanten mensen toegelopen die de oude man erop aanspreken.
Ons wordt aangeraden door te lopen. Ik voel mij zeer bezwaard.  Faez vertaalt wat de omstanders tegen de man hebben gezegd: “Wat doe je nu? Dit zijn gasten in ons land. Die mag je toch niet zo tegemoet treden? De oude man werpt tegen dat Sjaak hem belachelijk wil maken door zijn kromme lijf te fotograferen. “Welnee”, zeggen omstanders, “hij neemt je foto mee naar een ver land. Hij maakt je beroemd”. Afijn, de zaak wordt gesust. Bij mij duurt het even voordat de hartslag weer normaal is….
Na deze belevenissen arriveren we bij het restaurant. De stoelen en tafel zijn overtrokken met stevige plastic hoezen. Dat zie je vaker hier net als de dozen tissues die op elke tafel staan. Overal waar je komt staan dozen tissues, op je hotelkamer doorgaans zelfs meerdere.
Na een enerverende dag treffen we op onze hotelkamer een berg heerlijk schone en perfect gestreken was. We kunnen er weer tegen.
Morgen naar Massouleh.

Zaterdag 13 mei - Massouleh
 
Het is 16 C en bewolkt wanneer we op weg gaan naar Massouleh, een dorpje dat in de 10e eeuw na Christus is ontstaan en 1050 meter boven de zeespiegel in het Alborz gebergte ligt. Het dorpje
is onderdeel van het UNESCO Wereld erfgoed vanwege zijn unieke architectuur. Tussen het laagstgelegen en het hoogstgelegen huis ligt 100 meter hoogte verschil en de straatjes naar boven liggen op de daken van de beneden buren.
Voordat we er zijn rijden we langs theeplantages en stoppen we af en toe voor overstekende koeien. Zwartbont, dit keer. Onvoorstelbaar dat deze dieren onverstoorbaar rustig doorstappen terwijl het verkeer langs raast.
Massouleh is de moeite van de tocht waard. De wandeling naar boven is wel een aaneenschakeling van souvenirwinkeltjes, maar die zijn dan ook weer zó anders dan wij gewend zijn, dat dat op zich bezienswaardig is. Jammer alleen, dat de meeste Iraanse souvenirs toch een sticker met ‘made in China’ hebben.
Wanneer we een moeder en zoon passeren die een teil lavendelbloemblaadjes en rozenblaadjes verkopen en een oude man die, keurig in pak met zijn wollen muts op, blokfluit zit te spelen, heb ik toch een gevoel van authenticiteit. Dat ik de verleiding heb weerstaan om wollen sokken te kopen die in alle kleuren van de regenboog in de prachtigste patronen over het smalle straatje van de ene winkel naar de andere zijn gespannen, vind ik nog steeds een grote stommiteit. Gelukkig heb ik er een foto van. Ook in Massouleh kunnen we ons op vele plaatsten hullen in de plaatselijke klederdracht om op de foto te gaan. Veel paren maken gebruik van de gelegenheid en er wordt gretig geposeerd met alle bijbehorende attributen.
Op de terugweg doen we Shaft aan waar we opnieuw genieten van het straatbeeld, de op een grote doek uitgespreide tuinbonen, de karretjes met zoetigheden en alle buiten uitgestalde koopwaar.

Zondag 14 mei - op weg naar Meshginshahr
 
We vertrekken richting Asalem en nemen vanuit daar een schitterende route door de bergen en bossen naar Khalkhal. Tijdens een stop ontdekt Sjaak langs een snelstromende rivier de perfecte plek voor onze groepsfoto en we worden allemaal vakkundig opgesteld voor de perfecte kiek. Nu nog iemand zoeken die de camera kan bedienen, want voor de zelfontspanner staan we te ver uit elkaar en is het terrein te grillig. Terwijl we allemaal stijf in de houding staan en Sjaak met een vrijwilliger terugkomt, struikelt hij over een boomwortel en valt. Ik zie dat hij akelig terechtkomt met zijn hoofd tegen een boom, maar sta te ver weg om er vlug bij te kunnen zijn.
Iedereen snelt te hulp en het blijkt gelukkig mee te vallen, al zijn waarschijnlijk één of twee ribben gekneusd.
Na een langere stop dan we van plan waren, gaat de tocht verder.
Wanneer we stoppen om te lunchen lijkt het alsof we bovenop een alpenweide zitten: uitgestrekte groene weiden met klaprozen, hier en daar een huis en in de verte sneeuwtoppen tegen een strakblauwe lucht met wat verdwaalde wolken. We rijden uren aan een stuk de provincie Azerbaijan binnen richting Ardebil. Dan hebben we pech: de bergweg blijkt net voordat we de eindstreep bereiken gesloten vanwege wegwerkzaamheden. Kennelijk hebben we een eerdere omleiding gemist. We moeten 30 km terug en dat kost, vanwege de slingerende weg, minstens een uur.
In Ardebil zijn we getuige van dramatisch wilde wolkenpartijen en ik maak de ene foto na de andere. Overal zonneharpen boven en onder de wolken.
Door de omleiding en door het oponthoud van Sjaak’s val komen we pas tegen de avond aan in MeshginShahr.  Net als Faez verwachten we het hotel even buiten de stad aan te treffen, maar 
wanneer we na lang zoeken de man treffen die ons naar het Recreational Complex hydrotherapie zal brengen, blijkt dat nog een tocht van 20 km door de bergen afgelegd moet worden.
De ontmoeting verloopt een beetje stroef en we moeten best lang wachten voordat onze gastheer met zijn auto langszij komt om voor ons uit te rijden.
Er zitten nog twee mannen bij hem in de auto die kennelijk ook naar het Complex worden gebracht.
De duisternis valt in en dan blijkt dat Ali niet graag in het donker rijdt. Stapvoets volgens wij  onze 
gastheer die vooruit rijdt en na iedere afgelegde kilometer op ons wacht.
We passeren de ene na de andere hydrotherapie uitspanning en iedere keer denken we ons doel bereikt te hebben, maar nee, we blijven maar verder gaan.
De weg gaat steil omhoog en wordt steeds onbegaanbaarder. Er zijn ook steeds minder uitspanningen. Op een goed moment is er ook geen straatverlichting meer en even daarna houdt de weg op verhard te zijn en kruipen we voort over een hobbelige onverharde weg.
Sjaak kreunt bij iedere hobbel vanwege zijn ribben en Faez en Ali overleggen op gedempte toon waarvan ik niets versta, maar waarvan ik wel begrijp dat ze niet blij zijn met de gang van zaken.
Ik zie amper iets in de duisternis buiten, maar nog net wel dat er geen vangrail is. 
Wanneer we een scherpe afslag nemen zien we twee jonge mannen bij een auto met open motorkap staan die ons verbaasd nakijken.
Dit is kennelijk voor Faez en Ali het signaal om rechtsomkeer te maken.
Dat gaat nog niet zo eenvoudig op deze smalle weg.
Onze gastheer ziet aan onze autolichten dat we omdraaien en belt direct naar Faez, die uitlegt dat ze haar gasten, waarvan één geblesseerd, niet wil meenemen naar zo’n afgelegen plek.
Onze gastheer verontschuldigt zich dat hij de andere twee gasten eerst moet afzetten, maar biedt aan onze gereedstaande maaltijd te komen brengen.
Faez bedankt maar slaat dit af en vraagt hem waar we de nacht eventueel kunnen doorbrengen
Hij geeft ons het adres van het beste hotel in de stad.
Kort en goed, we rijden terug naar MeshginShahr en nemen daar het aanbevolen hotel dat ons gelukkig kan herbergen. Een beetje anders dan we tot nu toe gewend zijn, maar na een prefab pizza gaan we graag slapen want we zijn erg moe.
De volgende dag ziet alles er gelukkig weer heel anders uit. De zon schijnt en het ontbijt is goed.  De gastheer uit de bergen komt ons opzoeken in ons hotel. Misschien niet geheel toevallig blijkt dit hotel van zijn vader te zijn, net als het hydrotherapie complex waarnaar we op weg waren.
Eind goed al goed, dan heeft zijn familie gelukkig toch iets verdiend aan ons verblijf in de stad.
Want het gereserveerde verblijf in het hydrotherapie complex hoeven we niet te betalen. 
Wel erg coulant, vind ik.
Als we op tijd en niet bij het invallen van de duisternis waren aangekomen, hadden we de tocht waarschijnlijk met plezier afgelegd.

14
 
Maandag 15 mei - op weg naar Tabriz
 
We vertrekken op tijd na het ontbijt en bezoeken de enorme hangbrug van MeshginShahr over de Khiav rivier. De brug is in 2015 gebouwd en hangt op een hoogte van 80 meter. De brug is 365 meter lang en halverwege ligt een gepantserd glazen vloerdeel waardoor je in de diepte kan kijken.
 
15
 
Daar moet je wel een sterke maag voor hebben, want het is doodeng om de diepte in te kijken.
We bezoeken de tombe van Sheikh Haydar de leider van de Safaviyya (1460-1488), een prachtige toren met geometrische ornamenten en azuurblauwe en turqoise tegels.
Het is er doodstil en er is op deze  zondag geen kip te bekennen. We hebben het rijk alleen en zien vanuit de ruime tuin in de verte de bergen met de besneeuwde toppen tegen de strakblauwe hemel.
Wanneer we de stad bijna zijn uitgereden komen we langs enkele slagerswinkels en we zien tot onze grote verbazing buiten een reus van een stier aan één poot opgetakeld aan een ketting met katrol hangen. De slager staat het vel eraf te stropen. De kop en een poot staan achteloos op de betonnen vloer.
Ik maan Ali direct te stoppen en we springen allemaal uit de bus. Ali kraait van plezier want ziet naast de stier ook schapen geslacht worden en daarnaast een barbecue waarop – het is 11 uur in de ochtend – schapenvlees wordt geroosterd.
Hij zet direct koers naar deze buitenkans en verheugt zich op vers lamsvlees van het spit.
Sjaak en ik staan ademloos te kijken naar de stier, die vakkundig wordt ontleed.
Een snee in zijn buikwand en het buikvlies met alle organen en ingewanden bolt op uit het bungelende lijf.
Het vlies wordt voorzichtig en nauwgezet in zijn geheel verwijderd, waarna een fractie van het dier aan de ketting overblijft.
Mannen die erom heen staan hebben al besteld wat ze willen hebben: de een de maag, de ander de darmen. Weer een ander de nieren en de lever.
Ondertussen wordt de vloer stelselmatig met water uit een tuinslang schoongespoeld.
Na dit indrukwekkende schouwspel zien we bij de buurman een schaap uit een kooi gehaald worden en naar de slachtplaats geleid. Dit is toch weer een andere ervaring dan een reeds dode stier te zien hangen. Het dier spartelt even, maar lijkt te berusten en wordt met een scherpe haal over de keel in een paar seconden naar de schapenhemel gebracht.
Het wordt tijd om verder te gaan. Ali veegt voldaan zijn mond af. Het slachten is aan hem voorbij gegaan.
Via Ahar rijden we richting Tabriz, onze laatste bestemming.
De bergrit is geweldig. Voor ons rijdt een pick up truck die een met touwen vastgebonden lading zakken meetorst die twee keer hoger is dan de auto zelf. Wat zou erin zitten?
De bergwanden zijn grillig en steil. Puntige staketsels priemen de lucht in. Na enige tijd verlaten we dit grillige deel en rijden open vlakten in, omzoomd met bergen die verticale lagen roestbruin en groene aarde tonen. Wat een variatie en uitgestrektheid.
We pauzeren bij een dorpje aan een rivier die we niet durven over te steken. De betonnen brug is halverwege als een brosse reep geknakt en we hoeven er niet persé over, dus waarom zouden we het erop wagen?
Faez stuurt ons weg want gaat de lunch voorbereiden, dus Sjaak en ik verkennen te voet de overkant.
Af en toe passeert ons een brommer, maar meer dan enkele schaapskuddes zien we er niet.
De aarde is gebarsten van de droogte, maar wonder boven wonder groeien hier toch heel bijzondere roze bloemen. Het lijkt wel leeuwenbek.
Rond 17 uur arriveren we in Tabriz onze laatste bestemming van waaruit we diverse dagtochten zullen maken. We verblijven in hotel Gostaresh een uitstekende keus. Het was weer een indrukwekkende tocht vandaag met vele hoogtepunten.
Bij de receptie ligt ons tapijt dat keurig uit Esfahan is bezorgd. Het zit stevig ingepakt en we laten het zo. Het kan zó mee in de koffer.
Wanneer we ’s avonds even in de buurt van het hotel de straat op gaan, komen we terecht in verkiezingsactiviteiten. Er wordt enthousiast geflyerd en vanuit een leegstaande winkel waar een met Rohani sympathiserende partij zijn hoofdkwartier heeft ingericht klinkt muziek en veel lawaai van sprekers die graag gebruik maken van een schelle microfoon.

Dinsdag 16 mei - Tabriz
 
Tabriz, met rond de 1,5 miljoen inwoners,  werd in het verre verleden getroffen door talloze aardbevingen waardoor oude structuren van de pre islamitische periode zijn uitgevaagd. Na de aardbeving van 1721 werd Tabriz getroffen door een Russische invasie. Voordien was Tabriz al tweemaal bezet door het Ottomaanse rijk.
De stad is tegenwoordig bekend om zijn commerciële bedrevenheid en de voornamelijk lichte industrie gespecialiseerd in voedselverwerking.
Verder staat Tabriz historisch bekend als hoeksteen van de constitutionele revolutie en als meest progressieve stad van Iran. Het is de geboorteplaats van de groot Ayatollah Mohammed Kazem Shariatmadari, een van de sterkste rivalen van Khomeini, sterk gekant tegen diens revolutie.
Vrijdag a.s. zijn hier verkiezingen en kunnen de burgers niet alleen kiezen voor een nieuwe president, maar ook voor plaatselijke bestuurders.
Overal hangen posters van Rohani, maar ook van plaatselijke kandidaten.
Er zijn veel vrouwen kandidaat, wat ons aangenaam verrast.
De komende dagen merken we dat de campagnes feller en luidruchtiger worden.
Iedereen plakt posters van de eigen kandidaat over die van de andere partij heen en de pakketten over elkaar heen geplakte posters hangen zwaar aan de lantaarnpalen en bruggen.
Hoewel het reisprogramma in petto heeft om naar lake Urmia te rijden, blijven we vandaag liever in de stad. We willen weer eens flink stappen in plaats van een dag in de bus zitten.
Het weer is goed en de lucht strakblauw.
We gaan als eerste naar een van de weinige historische plaatsen: het op de Unesco World Heritage lijst geplaatste bazarcomplex. Buiten staan handkarren met complete heren pakken en keurig op een doek op de stoep gedrapeerde heren jasjes: omgerekend 13 euro per stuk. Je kunt je als man goedkoop aankleden hier.
In de bazar kopen we saffraan bij een handelaar die ook veel thee en rijst verkoopt. Wanneer we vragen waar we in de buurt iets kunnen drinken, antwoordt hij met een wedervraag: Waar denken wij zelf dat we de beste thee kunnen drinken?
Even daarna zitten we met zijn zoon in de winkel aan de thee en vertelt hij ons dat hij zijn winkel 70 jaar geleden hier is begonnen. 
Na dit aangename verblijf lopen we verder en passeren winkels met zijde en wol voor het knopen van tapijten en winkels met kleurstoffen. 
Winkels met verse schapenkoppen, -hersens en magen; winkels met biscuits en kandij.
Het is weer een schot in de roos.
Terug bij ons hotel drinken we aan de overkant koffie uit heuse namaak Starbucks kopjes. Want we verwedden onze kop eronder dat Starbucks geen porseleinen kopjes met kruissteekjes motief en vierkante schotels op de markt brengt.
De koffie smaakt er niet minder om.
Die middag hebben we weer zin om erop uit te trekken en we besluiten naar Kandovan te reizen, dat circa 60 km ten zuiden van Tabriz gelegen is.
 
16
 
Dit uit rotsen uitgehouwen dorp, waarvan sommige huizen meer dan 800 jaar oud zijn en nog steeds worden bewoond, is – net als Massouleh – een toeristische attractie en je baant je eerst een weg langs vele souvenirshops voordat je in het eigenlijke dorp komt. Maar wanneer je een beetje zin hebt om te klimmen, kom je in rustiger straatjes en zie je hoe bijzonder dit bergdrop is.
Bij enkele gaan we binnen kijken. Onvoorstelbaar dat men hele huizen uit de bergwand heeft gehouwen. Waar begin je aan?!
‘s Avonds eten we in een rustige buitenwijk en wanneer we terugkomen bij het hotel is het een drukte van belang. Er wordt enthousiast geflyerd en aanhangers van de partij met de paarse polsbandjes houden auto’s staande om folders uit te delen. Ook rijden er veel auto’s waarvan de passagiers uit het raam hangen met Iraanse vlaggen. Er wordt luid getoeterd om de voorkeur voor zijn of haar kandidaat kracht bij te zetten.

Woensdag 17 mei - Tabriz
 
Vandaag laten we ook een voorgenomen tocht naar Jolfa aan de grens met Armenië voor wat het is.
Na vier weken reizen en trekken zijn we moe en we merken dat ook bij Ali de rek eruit begint te raken.
Het is voor hem natuurlijk wel iets anders om een toeristengroep tussen 8 en 15 uur van A naar B te brengen dan twee passagiers de hele dag rond te toeren die overal willen stoppen om foto’s te maken. Hij heeft lange dagen gemaakt.
Bovendien willen we graag de Blauwe moskee en de Armeense kerken in Tabriz zien, maar dat laatste is even zoeken.
Uiteindelijk komen we bij het centrum van de Armeense gemeenschap uit. Achter een stalen poort zit een terrein met een school en de administratie van de Armeense kerkgemeente.
We worden verwelkomd door een gastvrije vrouw, die – hoewel we onaangekondigd langskomen – alle tijd voor ons neemt en ons prachtig ingerichte kamers laat zien met aan de wanden foto’s van kerkvaders uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Er hangen vitrines met prachtig geborduurde kronen en indrukwekkende zilveren kruisen.
De Blauwe moskee die we daarna bezoeken dateert uit 1465 en werd door een aardbeving in 1776 zwaar beschadigd.
Tussen 1950 en 1966 werd de moskee en zijn omgeving gerestaureerd en hoewel slechts een klein deel van het originele tegelwerk behouden is gebleven sta je versteld van de intense kleur van de diep blauwe Lapiz Lazuli die erin is verwerkt.
Het is snikheet. We gaan lunchen in een tuin die – hoewel er een fonteintje klatert - nauwelijks verkoeling brengt. 
Na de lunch slenteren we door Tarbiat- en Mahabeh, straten waar we vroeg twintigste eeuwse koopmanshuizen bewonderen met fraaie ornamenten en deuren. Het is een winkelstraat en overal lopen mensen winkels in en uit.
In een winkel met medische toebehoren en materialen voor onderwijsdoeleinden staat - naast plastic dwarsdoorsneden van ogen, dieren en het menselijke darmstelsel - ook pontificaal een plastic buik met foetus en kolfapparatuur in de etalage. Goh, dat verbaast mij dan weer. Ik zou vermoeden dat Iran hiervoor te preuts zou zijn.
Vandaag loopt de verkiezingscampagne naar een einde. Er mag voor het laatst geflyerd worden.
Morgen is dat verboden en vrijdag is het de dag van de verkiezingen.
Terug gekomen bij ons hotel is het een drukte van belang bij het hoofdkwartier van de met Rohani sympathiserende partij aan de overkant.
We horen dat er gisteren wat gedoe is geweest tussen de aanhangers van de twee ‘rivalen’ en dat er in een optocht door jongeren is gescandeerd dat ook Rohani geen banen scheppen kan.
Er zijn veel mensen op de been en het verkeer staat onder en boven op het viaduct muurvast. Afgezien van veel politie is ook het leger op de been. Soldaten in kogelvrije vesten staan aaneengesloten  of maken een menselijke keten door elkaars handen vast te houden en naar links en rechts uit te waaieren. Maar of dit is om het publiek tegen het verkeer te beschermen of om te imponeren is niet duidelijk.
Wij bekijken dit alles vanaf het balkon van de hotelkamer op de vijfde etage onder het genot van een kopje thee en koekjes.
Met de iphone maak ik een video om het vaststaande verkeer, de talloze gele taxi’s en de massa mensen in de prachtige namiddagzon vast te leggen.
Deze pret is echter van korte duur. Na een minuut of tien wordt er vanaf de receptie gebeld en aan de deur geklopt.
Er is buiten geconstateerd dat een toeriste op de vijfde etage staat te filmen en zij wordt verzocht dat te staken en de beelden te vernietigen. De boodschap bereikt ons via Faez. Het wordt vriendelijk en beleefd gevraagd en er wordt niet gecontroleerd of ik de beelden daadwerkelijk vernietig. 
Maar de volgende dag bij het uitchecken wordt de bevestiging van het vernietigen van de beelden nog eens aan Faez gevraagd.
Dit ligt dus gevoelig. Jammer voor mij is op het filmpje nauwelijks iets te zien als gevolg van het tegenlicht.
Toch een spannende ervaring. Er wordt wel op je – althans op de gasten van de gids – gelet.
Dezelfde avond wordt er druk heen en weer gebeld tussen gidsen van het agentschap die met hun groepen verspreid over het land zitten en elkaars advies vragen. Er is een opdracht uitgegaan – van wie wordt ons niet duidelijk - dat de gidsen moeten proberen de toeristen in hun hotel te houden die avond, want er worden protesten en confrontaties verwacht en het zou niet veilig zijn.
Het lijkt ons overdreven, maar we geven gehoor aan het verzoek van Faez om in het hotel te eten.
Waarom zou je de laatste avond gezeur opzoeken?
Die nacht rond 01.00 uur trekken er weer groepen betogers langs het hotel, zwaaiend met vlaggen en luidkeels fluitend en leuzen roepend.
Ik sluip het balkon op en maak nog een filmpje. Sjaak ligt heerlijk te slapen.
 
Donderdag 18 mei - dag van vertrek

We pakken de koffers en drinken de laatste koffie aan de overkant.
Ali brengt ons naar het vliegveld van Tabriz waar we afscheid van hem nemen en cadeautjes aanbieden voor zijn familie thuis.
Om circa 18 uur vliegen we met Faez naar Teheran waar we eten en weer verblijven in het Ibis hotel.
Daar wachten ons nog verrassingen. Er ligt een groot pakket uit Shiraz. Een grote zak pommeransschillen en bloemblaadjes voor mij en een zak gedroogde yoghurt balletjes die wij
meenemen voor Shahram. Gelukkig hebben we in de bazaar van Tabriz een extra weekendtas aangeschaft, anders kon het er allemaal niet in.
Midden in de nacht  gaat de wekker. Enigszins verdoofd van de slaap laten we ons vergezeld van Faez door een taxi naar de vertrekhal brengen. Er wordt hartelijk afscheid genomen. Wat een toewijding om ons midden in de nacht te weg te brengen. Op de luchthaven zijn we verbaasd over de enorme drukte. Het lijkt wel of iedereen op hetzelfde tijdstip naar Europa vliegt. We krijgen tot slot nog een mooi staaltje van haar ongekende flair te zien: met charme en een grote dosis overtuigingskracht omzeilt Faez de rijen wachtenden en loodst ons achter de douane en de security naar waar we moeten zijn. Wie doet het haar na?

Tot slot

Het was een geweldige reis die tot in de puntjes was verzorgd door Shahram Poorramszani van Classic Travel Agency in Schoonhoven. We hebben ons er maanden op verheugd en Shahram heeft goed geluisterd en begrepen wat voor ons belangrijk is aan een reis.
We realiseren heel goed dat het succes staat of valt met de gids en de chauffeur met wie het moet klikken.
We hebben daarmee erg geboft.
Iran is een prachtig en uitgestrekt land en het is onmogelijk om dat in een maand te bestrijken. Dat gaat niet en je moet het ook niet nastreven.
Ook al niet, omdat je vervuld raakt van alles wat je ziet en het op een goed moment teveel wordt om op te nemen.
We hebben voldoende rustdagen ingelast om te consolideren waar we waren en we bevelen dat van harte aan.
Wanneer we tips mogen geven voor toekomstige reizigers dan zijn dat de volgende:
Rijd niet zelf, want dat overleeft je hart niet.
Wanneer je het je kan permitteren, neem dan een gids én een chauffeur en niet een chauffeur die ook de gids is. Door het gezelschap te vergroten kun je de kosten delen.
Let op dat een reis in een klein gezelschap veel vergt van zowel de gids als de chauffeur, maar ook van jezelf.
Daar staat tegenover dat twee personen met een deskundige gids vrijwel overal kunnen binnenkomen en sneller worden geholpen dan wanneer je met een hele groep ergens binnenvalt.
Ik kijk terug op een van de mooiste reizen die ik met Sjaak heb gemaakt en waarvan we nog heel lang zullen genieten d.m.v. de foto’s en dit verslag dat mij veel plezier heeft gegeven bij het schrijven. Alsof je alles weer beleefd.
Wanneer er één bestemming is die ik van harte aanbeveel dan is het Iran. Ik hoop dat dit verslag daarvan een goede vertaling is.
 
Marie-José Cools
Utrecht 24 juli 2017
 
17a
 
Stel uw vraag over de reis, het reisschema of maatwerkmogelijkheden.
image
Rondreis

Groep

Ontdek met een groep de schoonheid van Iran, van Teheran tot Shiraz
Bekijk de reizen
image
Rondreis

Individu

Ga met een gids op een door ons georganiseerde zorgeloze rondreis door Iran
Bekijk de reizen